Overcomplete structuur, 150%-stuklijst, EBOM, MBOM, BOR, PDM, PLM, in elke werkgroep vallen deze woorden, en zelden bedoelt iedereen hetzelfde. Dit is het landschap in gewone taal, plus het antwoord op de belangrijkste vraag. Wat heb je echt nodig om te kunnen verkopen?
RulePro verbindt productkeuzes met je bestaande structuren

De overcomplete structuur (150%)
Sommige bedrijven beheren in CAD, PDM of PLM een generiek, overcomplete model. Dat is een structuur met alle bekende opties en varianten. De ene wereld noemt dit de 150%-structuur. De andere zegt super BOM, generieke stuklijst of configureerbare BOM. Het idee is steeds hetzelfde. Eén structuur beschrijft alles wat kan en per order wordt daar één uitvoering uit gekozen. Er bestaat geen fysiek product dat er precies zo uitziet, het is de verzameling van alles wat kan. Niet elk bedrijf heeft zo'n model al volledig uitgewerkt. Je kunt ook beginnen met een productlijn waarvan de belangrijkste keuzes en definities helder zijn. Waar een 150%-structuur bestaat, lost de configurator die per order op naar een 100%-stuklijst. Dat is de stuklijst van precies deze uitvoering. De juiste artikelnummers, de juiste maten, niets te veel en niets te weinig. Productie kan er direct mee aan de slag.
De EBOM, de engineering-stuklijst
De EBOM beschrijft het product zoals ontworpen. Functioneel gegroepeerd, netjes genummerd. Hij leeft in PDM of PLM en vormt een belangrijke referentie voor de configurator. Welke stuklijst leidend is, is een keuze in je werkwijze. Werk je vanuit PLM, dan is de EBOM meestal het vertrekpunt. Werk je vanuit je ERP, bijvoorbeeld met SAP variantconfiguratie, Ridder of Isah, dan leeft de 150%-structuur vaak aan de productiekant als super BOM en telt de routing net zo zwaar mee. Beide werkwijzen zijn goed. RulePro sluit aan op de plek waar jouw 150%-structuur leeft. Je hoeft niet alles al te hebben uitgewerkt. Begin met een product waarvan de definities en veelverkochte varianten helder zijn, en bouw het model daarna stap voor stap uit.
De MBOM, de productie-stuklijst (optioneel in PLM)
De MBOM beschrijft het product zoals gemaakt. Bouwvolgorde, inkoopdelen, halffabricaten, fantoomsamenstellingen. Sommige bedrijven beheren hem in PLM (met een EBOM-naar-MBOM-transformatie), anderen laten het ERP hem afleiden. Beide is prima. Het verschilt per bedrijf en de configurator werkt met allebei.
De BOR, bewerkingen en uren (optioneel in PLM)
De BOR (bill of resources) beschrijft hoe er gemaakt wordt. In de meeste ERP-systemen heet dit gewoon de routing. Welke bewerkingen, op welke machines, met hoeveel tijd per stap. In PLM vastgelegd wordt hij herbruikbaar per module, de kist van 300 en de kist van 400 delen dezelfde routing met een andere zaagmaat. Vaak leeft de BOR in het ERP. Ook dat is prima. Belangrijk is alleen dat de configurator de uren kan meenemen in de kostprijs.
PDM of PLM?
PDM richt zich op CAD-data en documentbeheer, zoals versies, rechten, check-in en check-uit. PLM omvat dat databeheer én breidt het uit met productlevenscyclus, stuklijsten, wijzigingen, vrijgaves en workflows. Bij sommige bedrijven is PDM een aparte oplossing. Bij andere zitten de PDM-functies in het PLM-systeem.
Je hoeft niet te wachten tot engineering alles heeft uitgewerkt. Begin met een veelverkochte productlijn waarvan de belangrijkste definities helder zijn. Verkoop kan daarmee steeds meer standaardproducten offreren, terwijl engineering het model verder aanvult met de volgende varianten en regels.
Uitwerken of parametrisch? Drie leverwijzen per samenstelling

- UitwerkenEen handvol varianten? Werk ze uit, met een eigen nummer, tekening en stuklijst per variant. In CAD heten dat configuraties, op tekening de klassieke tabellentekening.
- Vooraf genererenVeel maten met kritische features (gaten, sparingen)? Laat het parametrische model in CAD en genereer een serie maten met de familietabel (Creo) of ontwerptabel (SolidWorks). De configurator kiest per order de passende.
- Parametrisch bij verkoopEen vrije maat zonder features (profielen, plinten, lijsten)? De maat volgt uit de order. Het systeem levert zaaglengte en stuklijst zonder CAD-rondgang. De industrie noemt dit design automation.
De beslisregel is simpel. Weinig varianten → uitwerken · veel maten met features → vooraf genereren · een vrije maat zonder features → parametrisch. De valkuil is dogma. Alles uitwerken geeft duizenden artikelen, alles parametrisch geeft breekbare automatisering. De mix maakt het beheersbaar.
Hoeveel tekening heeft je verkoop nodig?
Vier mogelijkheden. Kies de eenvoudigste weergave die verkoop nodig heeft.
- Niveau 0, geen tekening. Prijs, offerte en stuklijst. Veel configuratoren verdienen zich zo al terug.
- Niveau 1, 2D-maattekening, automatisch. Aanzichten met hoofdmaten, gegenereerd uit de keuzes. Vaak precies wat klant en vergunning vragen, tegen een fractie van 3D.
- Niveau 2, lichte 3D in de verkoop. Gestrekte profielen en vlakken tonen het product en vangen grove botsingen, zonder CAD-koppeling.
- Niveau 3, CAD bouwt het samenstel. Na de order zet een automatische stap de keuzes om in het complete 3D-model onder het projectnummer, met botsingscontrole en tekeningen.
Welk niveau je ook kiest, maak duidelijk welke gegevensbron leidend is voor welke toepassing. Zorg dat de verkoopweergave en engineeringgeometrie via duidelijke afspraken actueel blijven.